Voor ouders, familie en vrienden
Ouderenquête
Een gestructureerde enquête voor wie het kind al langer kent — ouders, broers, zussen, oma's, ooms, tantes, buren, leerkrachten, jeugdvrienden. Gebaseerd op de DSM-5-TR-criteria voor genderdysforie.
Doel: jouw observaties zwart-op-wit krijgen, zodat ze meetellen in de beoordeling — en niet wegvallen tegen één korte zelfrapportage van het kind. Na invullen krijg je per e-mail een kopie met alle vragen en jouw antwoorden, die je kunt opslaan als PDF en doorsturen naar arts, huisarts of verzekeraar.
Achtergrond — klik om uit te klappen
Je hebt deze teksten niet nodig om de enquête in te vullen. Ze geven context als je wilt weten waar de vragen vandaan komen.
Waarom deze enquête?
In de huidige genderzorg weegt de zelfrapportage van de jongere zwaar, terwijl jarenlange observaties van ouders en familie vaak nauwelijks meetellen. Klinieken nodigen ouders uit voor een gesprek, maar in de praktijk wordt de input genoteerd zonder dat het de diagnose verandert.
Wanneer meerdere familieleden of vrienden onafhankelijk dezelfde dingen zien — of juist niemand iets bijzonders heeft opgemerkt — ontstaat een beeld dat moeilijker te negeren is. Genderexpressie is een centraal element van de DSM-5-TR-criteria. Als niemand in de directe omgeving ooit tekenen heeft gezien, klopt het verhaal vaak niet.
De DSM-5-TR-criteria voor genderdysforie
Bij kinderen (EOGD — early onset): minstens 6 maanden duidelijke stress, plus 6 van 8 kenmerken: sterke wens om het andere geslacht te zijn; kleding/rollen/speelgoed/speelmaatjes van het andere geslacht; afkeer van eigen lichamelijke geslachtskenmerken; verlangen naar fysieke kenmerken van het andere geslacht.
Bij tieners en volwassenen (LOGD — late onset): minstens 6 maanden duidelijke stress, plus 2 van 6 kenmerken: incongruentie ervaren; verlangen van eigen kenmerken af; verlangen naar kenmerken van het andere geslacht; wens om als het andere geslacht behandeld te worden; overtuiging dat je de typische gevoelens van het andere geslacht hebt.
Deel 1 van deze enquête vraagt jou — als observator — of je deze patronen herkent.
Wat is ROGD (plots ontstane genderdysforie)?
ROGD beschrijft een plotselinge opkomst van geslachtsgerelateerde stress bij pubers en jongvolwassenen zonder eerdere tekenen in de kindertijd. Lisa Littman (2018) bracht de hypothese in beeld. Mogelijke factoren: sociale isolatie, online invloed, dynamiek in de vriendengroep, onderliggende angst of depressie, foutieve interpretatie van andere klachten.
Deel 2 van de enquête helpt om in te schatten of dit patroon herkenbaar is.
De onwaarheden van affirmatieve zorg
Dr. Stephen Levine identificeerde dertien aannames die de basis vormen van het genderbevestigende model en die volgens hem wetenschappelijk niet houdbaar zijn. Onder andere: dat genderidentiteit eenmaal vastgesteld onveranderlijk is; dat er geen alternatieven zijn voor affirmatieve zorg; dat affirmatieve zorg suïcide voorkomt; dat spijt en detransitie zeldzaam zijn.
Zie ook Medische risico's en Mythes.
Wat gebeurt er met mijn antwoorden?
Je antwoorden worden direct na het invullen verstuurd naar het door jou opgegeven e-mailadres, samen met alle vragen. Die e-mail kun je bewaren, doorsturen naar de behandelend arts, huisarts of verzekeraar, of via je browser opslaan als PDF (Ctrl+P → Opslaan als PDF).
De inzending wordt ook opgeslagen bij transgendercheck.nl. Op die manier kan in de toekomst een gezamenlijk beeld worden opgebouwd als meerdere familieleden onafhankelijk dezelfde enquête invullen.
Daarna
Je krijgt direct een bevestiging op het scherm en binnen enkele minuten een e-mail met alle vragen en jouw antwoorden. Bewaren als PDF gaat via je browser of mailclient: Afdrukken (Ctrl+P) → Opslaan als PDF.
Vraag waar mogelijk ook andere familieleden, vrienden, leerkrachten of jeugdkennissen om de enquête in te vullen. Hoe meer onafhankelijke observaties op papier staan, hoe sterker het collectieve beeld.
Hulpmiddelen voor het gesprek met de kliniek
De enquête levert observaties. Voor het gesprek met de behandelend arts, huisarts of verzekeraar zijn er drie aanvullende hulpmiddelen.
Verhalen en bronnen
Hoe anderen ermee omgingen, en waar je verder kunt lezen, luisteren en aansluiten.